Vanaf 1 januari 2020 de eerste uitkering liquidatiereserve tegen 13,64% of toch niet? Wat zijn de adders en de valkuilen?

Een programmawet van 2013 verhoogde de roerende voorheffing (rv) op liquidatieboni per 1 oktober 2014 van 10% naar 25% (nu 30%), maar voorzag tegelijk in een overgangsregeling die toeliet om bestaande reserves vast te klikken in kapitaal tegen betaling van 10% rv, om ze na een verloop van een wachttermijn van 4 jaar (kmo) of 8 jaar (grote vennootschap) belastingvrij te kunnen uitkeren.

De mogelijkheid om het normale rv-tarief van 30% te vermijden, kreeg vanaf aanslagjaar 2015 een permanent karakter, weliswaar met andere voorwaarden. Dit gunstregime staat bekend als het stelsel van de liquidatiereserves of VVPR-ter. Onder dit stelsel kunnen kmo’s liquidatiereserves aanleggen en wordt in hoofde van de vennootschap een afzonderlijke aanslag gevestigd van 10% (effectief 9,09%). Bij latere uitkering van de liquidatiereserves, naar aanleiding van de vereffening, is dan niets meer verschuldigd.

Het stelsel van de liquidatiereserves kan interessant zijn. Wanneer de liquidatiereserves ten minste vijf jaar op een afzonderlijke rekening van het passief behouden worden (vanaf de datum van algemene vergadering in 2020), dan kunnen zij uitgekeerd worden mits bijkomende betaling van 5% (effectief 4,55%). De totale effectieve belastingdruk wordt hierdoor 13,64% (9,09% + 4,55%).

Aangezien voor het eerst liquidatiereserves aangelegd konden worden over boekjaren 31 december 2014 en later, kan de eerste uitkering tegen het tarief van 5% (effectief 4,55%) gebeuren vanaf 1 januari 2020.

Maar het is belangrijk zekerheid te hebben dat alles in orde is zodat er geen koude douche komt, waarbij in plaats van 5% roerende voorheffing, 30% moet betaald worden of zelfs 35,71% bovenop de 5% of een totale heffing van 40,71%.

Daarom zal vanaf volgend jaar niet enkel een netto-actieftest, maar ook nog eens een liquiditeitstest moeten gemaakt worden. Daarvoor zet het bestuur in een uitbundig verslag uiteen of de vennootschap op middellange termijn in staat blijft haar schulden te betalen. Het bestuur is hiervoor aansprakelijk en de vennootschap kan foutief uitgekeerde bedragen zelfs terugvorderen bij de aandeelhouders. Opgelet: ook de fiscus kijkt mee.

Ook nu kan het bestuur uiteraard geen uitkeringen doen als die de vennootschap in financiële problemen brengen.

Overzicht nieuwsberichten