Onroerende goederen voor priv├ęgebruik in een vennootschap, is het dromen voorbij?

Het trucje dat iedereen kent op het vlak van de inkomstenbelasting: een zaakvoerder laat zijn eigen woning aankopen door zijn professionele vennootschap, kent zich een voordeel alle aard toe omwille van het privégebruik of zet het op zijn rekening-courant en de vennootschap trekt de volledige investering af. Het voordeel van deze constructie is duidelijk. De zaakvoeder bespaart heel wat geld op de kosten van zijn privéwoning en de vennootschap ook, aangezien deze alles kan aftrekken.

De belastingadministratie vecht al jarenlang tegen dit soort constructies, en werd onlangs in het gelijkgesteld voor het Hof van Cassatie, aangezien de kosten die door de vennootschap worden afgetrokken niet overeenstemmen met het criterium voor beroepskosten: ze werden namelijk niet gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.

Een tandarts liet 10 jaar geleden een nieuwbouw zetten. Boven zijn praktijk kwamen drie appartementen. Daarna verkocht hij het vruchtgebruik van het hele complex aan zijn bvba. De vennootschap trok alle kosten voor de bouw af. Maar daar was de fiscus niet mee akkoord. Er was geen discussie over de kosten van zijn praktijk, maar de aftrek van de facturen voor de drie appartementen waren wel een probleem. De tandarts verhuurde de drie appartementen aan derden omdat hij van mening was dat die kosten noodzakelijk waren om huurinkomsten te verkrijgen en te behouden. In eerste aanleg kreeg de tandarts gelijk, maar de fiscus oordeelde dat louter het verkrijgen van belastbare inkomsten niet volstaat. Die inkomsten moeten voldoende hoog zijn.

Het Hof van beroep te Gent oordeelde dat verlies maken mag, maar dat het wel de bedoeling moet zijn op lange termijn winst te maken. En dat bleek niet het geval te zijn: de huur was niet hoog genoeg in verhouding tot de kosten. Over een periode van 20 jaar kon de investering onmogelijk rendabel zijn. De rechter oordeelde dat deze aankoop louter bedoeld was om de belastbare winsten van de tandartspraktijk te verminderen. Het doel van de kosten was dus niet inkomsten te verkrijgen maar wel de belastbare grondslag van de vennootschap te verminderen. De rechter was ook van mening dat de tandarts via deze constructie de kosten die hij in zijn persoonlijke naam niet fiscaal kon aftrekken, op de vennootschap wilde afschuiven.

Nochtans had het Hof van Cassatie in 2015 op het eerst gezicht tegenstrijdige arresten uitgesproken. Toen werd geoordeeld dat kosten van een verlieslatende operatie en kosten die worden gemaakt om belasting te besparen, toch aftrekbaar kunnen zijn. En dus legde de tandarts zich niet neer bij de uitspraak van het Hof van beroep te Gent. Hij bracht zijn zaak voor het Hof van Cassatie, maar dat bevestigde dat het winstoogmerk essentieel is om kosten te mogen aftrekken. En de kosten van de appartementen zijn dat dus niet.

De vrees bestaat dat al wie zich in een gelijkaardige situatie bevindt, zich misschien zorgen moet maken. De droom om een tweede verblijf aan de kust in een vennootschap te steken is dus voorbij.

Overzicht nieuwsberichten