Ongelofelijk maar toch waar: persoonlijke mening van controleur krijgt voorrang op de wet?

Hoewel de administratie ongetwijfeld het beroepsmatig doel van de uitgave mag beoordelen, mag zij daarentegen de gepastheid of het nut van de kosten die de belastingplichtige heeft gemaakt niet beoordelen. Dit principe is ingeschreven in de commentaar op het Wetboek inkomstenbelastingen. Uit dit beginsel vloeit voort dat het niet de administratie toekomt om aan de belastingplichtige op te leggen hoe hij zijn werk moet organiseren.

Welke vennootschap of belastingplichtige werd immers nog niet geconfronteerd met een controleur die hem kwam bevragen over de noodzaak om publiciteitskosten te maken over de mogelijkheid om personeel aan te werven of dergelijke investering te doen of nog over de noodzaak om klanten uit te nodigen voor een zakenlunch (zelfs in het weekend)? Het gebeurt dat er kosten worden gemaakt op de meest onverwachte tijdstippen of plaatsen. Een bedrijfsleider die op zijn vakantiebestemming zijn beste klant tegenkomt en hem uitnodigt op restaurant. Kan men stellen dat deze uitgave niet beroepsmatig is? Zaken doen, solide banden aanknopen met zijn klanten betekent niet noodzakelijkerwijze dat de ontmoeting steeds moet gebeuren op een plaats dicht bij de onderneming? Het is soms verrassend om dergelijke inbreuken te zien vaststellen door ambtenaren die, wat men er ook van zegt, slechts een beperkte kennis hebben van de zakenwereld.

Wat van belang is, is enkel het bepalen of uitgaven verband houden met de beroepsactiviteit en of ze de belastingplichtige hebben toegelaten om beroepsinkomsten te verkrijgen of te behouden. De grens tussen onderzoek van het verband met de beroepsactiviteit en een opportuniteitsbeoordeling van een uitgave is soms moeilijk te trekken. Het is niet uitzonderlijk dat de administratie dikwijls de uitdrukking “uitgaven die niet noodzakelijk zijn voor de beroepsuitoefening” gebruikt om er de aftrek van te weigeren. Door zich op deze manier uit te drukken voegt de ambtenaar een voorwaarde toe aan de wet. En daar moeten wij tegen strijden.

Er moet eveneens gewezen worden op het principe dat geen enkele bepaling van de fiscale wet de aftrek van de beroepskosten die een belastingplichtige gemaakt heeft afhankelijk stelt van het feit dat zijn activiteit daadwerkelijk belastbare inkomsten heeft opgeleverd. Of uitgaven noodzakelijk zijn, daar mag de administratie zich niet over uitspreken, zij moet zich beperken tot het onderzoek van het beroepsmatige karakter van een uitgave. 

Overzicht nieuwsberichten