Hoe vermijden dat de fiscale aftrek van auto’s en plezierboten wordt verworpen?

Een bedrijfsleidersbezoldiging is in principe aftrekbaar maar ook een voordeel van alle aard is een bezoldiging. De kosten van dat voordeel zouden dus ook aftrekbaar moeten zijn. Dat noemen wij de bezoldigingstheorie. Twee jaar geleden gaf het Hof van Cassatie echter een zeer beperkte invulling aan die theorie, waarbij eerst aangetoond moet worden dat het voordeel specifiek bedoeld is als tegenprestatie voor werkelijke prestaties van de bedrijfsleiders.

Sindsdien verwerpt de rechtspraak bijna systematisch de aftrek van kosten m.b.t. privéwoningen die in de vennootschap zitten omdat het door Cassatie verlangde bewijs er niet is of niet overtuigt.

De Antwerpse rechtbanken trekken die rechtspraak nu door naar pleziervaartuigen. Zelfs auto’s worden geviseerd. Een vennootschap had in kwestie twee auto’s (een BMW 740 en een Porsche 911) ter beschikking gesteld aan haar bedrijfsleider. De fiscus vond dat de bedrijfsleider geen twee auto’s nodig had om zijn werk te doen en verwierp de kosten van de goedkoopste van de twee.

De rechtbank van eerste aanleg ging akkoord met de fiscus en verwierp de tegenargumenten van de belastingplichtige op basis van de bezoldigingstheorie. De rechter vond dat de belastingplichtige niet het minste bewijs leverde dat tegenover het voordeel alle aard voor twee auto’s werkelijke prestaties stonden.

Ook het Hof van beroep zag het zo. Dat voor een auto een voordeel in natura wordt belast, is geen reden om de aftrek van de kosten te aanvaarden en is onvoldoende voor het bewijs van het oogmerk om echte prestaties te vergoeden. Het feit dat in hoofde van de bedrijfsleider een voordeel op de fiche wordt vermeld, heeft nog niet automatisch tot gevolg dat de kosten verbanden houden met de activiteit van de vennootschap en hebben bijgedragen of konden bijdragen tot het verkrijgen van bedrijfsinkomsten.

Wat is belangrijk?

Iedere belastingplichtige moet steeds kunnen aantonen dat kosten verantwoord zijn, door prestaties die door de bedrijfsleider geleverd worden. In een aantal vennootschappen worden voordelen genoten door bedrijfsleiders die binnen de vennootschap geen of weinig activiteiten ontplooien. Dit kan leiden tot een discussie over de aftrekbaarheid van de gemaakte kosten.

Overzicht nieuwsberichten